» Maandverhaal
Foto *


Elke maand verschijnt hier een kort verhaal, of soms een gedicht, uit een van mijn eerdere bundels. Hierop rust een copyright.
Overnemen is alleen toegestaan na verkregen toestemming van de auteur via de mail en met vermelding van auteur, boektitel, jaar van uitgave en ISBN nummer.


*

Maandverhaal maart 2019


Het atap huisje

Mijn vader had in zijn achtertuin een piepklein Indisch huisje laten bouwen; een verkleinde uitgave van het huis dat ze in Linggadjatta hadden bewoond. Het was nauwelijks meer dan een schuurtje. Vier witgepleisterde muren met ramen en een deur, een verhoogde houten vloer en een overhangend rieten dak dat hij hardnekkig atap noemde.
Het meest charmante er aan vond ik de relatief grote overdekte veranda, met de zes zuilen die het afdak ondersteunden; die veranda lag twee treden hoger dan het gazon en het tuinpad er heen. Er was ruimte genoeg voor die typisch Indische gevlochten rotan stoelen, stevig en toch verend.
Binnen hing wat tuingereedschap; er was opbergruimte voor de rotan stoelen en er hing een brede hangmat die in de zomer naar de veranda verhuisde.
Op die veranda kon ik eindeloos zitten mijmeren in de zomer. Als het te koud werd om buiten stil te zitten, keek ik met verlangende ogen door de tuin naar mijn denkplek. In de koude winternachten droomde ik me naar een nieuwe zomer toe, naar de plek waar ik tot rust kwam en kon nadenken over al mijn plannen en idealen.

Op een dag, ik was bijna twintig, liet mijn vader me de brieven lezen die Alinda, mijn moeder, hem had geschreven tijdens haar boottochten. Zo noemde hij dat; hoewel ik zelf zou hebben gesproken van reizen per schip. Mijn moeder die ik nauwelijks heb gekend, was een geboren Javaanse; een pinda, zei pa plagerig als hij haar op de kast wilde jagen. Het is een van mijn weinige bewuste herinneringen. Ze kon haar vaderland niet vergeten en niet loslaten. Regelmatig reisde ze heen en weer tussen Java en Rotterdam. Ze bleef soms maanden weg. Dan zorgde een huishoudster voor pa en mij.
Haar brieven waren klagerig. Op de heenreis schreef ze vellen vol: dat ze haar gezin zo miste; dat ze niet wist wat ze op Java nog te zoeken had en waarom ze niet gewoon thuis was gebleven. Maar haar beschrijving van de copieuze maaltijden aan de Captain’s table, van het amusement en de danspartijen aan boord en de knappe officieren die haar blijkbaar allemaal min of meer het hof maakten, deed vermoeden dat ze zich kostelijk amuseerde. Eenmaal van boord, schreef ze niet meer.
‘Waarom niet?’ vroeg ik pa.
‘Omdat Linggadjatta een bergdorpje is zonder postkantoor, zonder goede verbindingen naar grotere dorpen of steden. Een brief posten was zo ongeveer een dagreis. Ik had haar gezegd om die moeite alleen te nemen als er iets belangrijks of dringends te melden was. Het was gewoon te veel moeite voor het posten van een babbelbrief.’
De brieven van de terugreis, die meestal in een Zuid-Europese stad werden gepost en die soms later arriveerden dan zijzelf, waren ook niet zo vrolijk.
“Zo naar dat ik de warmte van mijn land weer moet verlaten, adoe toch,” verzuchtte ze regelmatig, “en al die vruchten die we in Holland niet kunnen krijgen, ach kassian.”
“We zijn door het Suez kanaal, en het wordt al kouder. Als ik een avondwandeling over de promenade doe, kan dat niet meer in sarong en kabaai, te dun en te koud toch, ik moet mijn Hollandse winterkleding aan, wil ik niet een erge kou vatten. Deze boottocht is toch al erg naar. Ruwe zee, ik was zo zeeziek. Maar soedah, dat is nu over.”
Zo ging het nog wel even door.
Uiteindelijk heeft ze Nederland voorgoed verlaten. Terug naar het warme geboorteland, zonder haar gezin. Het duurde lang voordat ik begreep dat zij ditmaal niet zou terugkomen. Ik was al zo gewend aan lange periodes van afwezigheid. Ik had een nostalgisch verlangen naar een moederfiguur, maar pa was lief en zorgzaam, en de huishoudster ook. Ik was toen nog klein; ik kan me haar gezicht alleen voor de geest halen als ik naar haar laatste foto kijk. Die is minstens vijftien jaar oud. Ze zal er wel anders uitzien, nu. En de emotie is net zo verbleekt als dat portret.

‘Vond je het erg dat ma niet meer terugkwam?’ vroeg ik pa nadat ik de laatste brief had gelezen.
We zaten in de vroege zomeravond op de veranda van het tuinhuisje, zoals zo vaak, en luisterden naar late vogelgeluiden.
Het duurde even voordat hij antwoordde.
‘Dit huisje heb ik voor haar laten bouwen,’ zei hij nadenkend, ‘ik hoopte dat ze zich daardoor meer senang, meer thuis zou voelen. Maar het maakte geen verschil.’
Hij keek me zijdelings aan.
‘Je bent nu oud genoeg om te begrijpen, dat je heel veel van iemand kunt houden, en er tegelijk toch vrede mee kunt hebben als ze weggaat.’
‘Ze zeggen dat je huis is waar je hart is,’ mompelde ik, ‘denk je dat ze op Java iemand anders had?’
Hij glimlachte; een kleine glimlach van berusting.
‘Dat heeft ze me later geschreven. Maar ik had het allang begrepen.’
Hij gaf een zacht kneepje in mijn hand.
‘Dit atap huisje geeft me altijd rust. Want het hoort bij een stukje uit mijn verleden. Maar het kijkt uit over een Hollandse tuin, en naar een Hollands bakstenen huis. En wij zijn Hollanders, jij en ik.’
Voordat ik iets kon zeggen, vervolgde hij: ‘Jij bent niet haar dochter, Aina. Zij kon geen kinderen krijgen. Toen ze dat besefte ging ze voor lange tijd terug naar Java. Ik wist niet of ze ooit zou terugkomen. Ik kreeg een verhouding met een meisje op kantoor, zij werd zwanger maar ze stierf vlak na jouw geboorte aan zwangerschapsvergiftiging. Toen bood Alinda, die net weer terug was, aan om je in huis te nemen en als ons eigen kind groot te brengen. En ik heb je aangegeven als mijn eigen kind. Dat ben je tenslotte. Maar ze heeft het me nooit vergeven. De wrok, dat een andere vrouw mij had gegeven wat zij niet kon, heeft haar verbitterd.’
Ik knikte verbouwereerd.
‘Dus daarom was het niet zo moeilijk voor haar om mij, en jou, te verlaten.’
We zaten nog een tijd zwijgend op de veranda. Een Indonesische achtergrond met een Hollands uitzicht.

Rotterdam, 1951.

*

uit: Vallend Blad,
copyright Lenyvanderley, 2018
uitgeverij. Lecturium, Leiden
ISBN 978-9048-4437-34
NUR 303






[ terug... ]Omhoog

BOEKEN (LABELS)

  • ELK ONDERSTAAND LABEL BEVAT DE TECHNISCHE GEGEVENS VAN EEN BOEK.

De druide van Caledonia

  • Historische roman. 533 pag. Copyright 2005: Leny van der Ley. ISBN 90-809241-40-3.

Tante Tanneke

  • Kinderboek. 233 pag. ISBN 90-700668-59-4. Copyright 2005: Leny van der Ley.

Twee handen vol

  • Schrijvers-collectief De Meer en Meer. Illustr: Joke Vastenouw. ISBN-10: 90-77764-43-7. ISBN-13: 978-90-77764-43-5. Copyright 2006: de auteurs (eigen verhalen) 216 pag.

De Hoofdprijs

  • De Hoofdprijs ea verhalen. 220 pag. Copyright 2006: Leny van der Ley. ISBN-10: 90-77764-60-7. ISBN-13: 978-90-77764-60-2. Haarlem, 2006.

Vrouwen van de Steen

  • Roman. 452 pag. Copyright 2007: Leny van der Ley. ISBN: 978-90-77764-58-9.

Meer dan steen ...

  • De Haarlemse kerken en andere gebedshuizen, vroeger en nu. Historisch onderzoeks-project. Eindred.: Leny Wijnands-van der Ley. Wormer/Haarlem, 2007. ISBN 978-90-78381-07-5. 148 pag. met honderden foto's.

Tanneke / Tijdtrimmer

  • Tante T. en de Tijdtrimmer. Kinderboek. 206 pag. Copyright 2008: Leny van der Ley. ISBN 978-90-77764-92-3.

Canon van Haarlem

  • Hist. Canon van Haarlem. Leny Wijnands, Piet de Rooy. 95 pag. Als serie in H'lems Dagbl. (mei-sep 2008). Uitg. HDC Media. ISBN 978-90-77842-27-0. Haarlem, 2008.

Tanneke / Zwerfbezem

  • Tante T. en de Zwerfbezem. Kinderboek. 160 pag. Copyright 2009: Leny van der Ley. ISBN 978-94-6008-020-3.

De Spaanse heks

  • Roman. 414 pag. Copyright 2009: Leny van der Ley. ISBN: 978-94-6008-059-3.

Sandy vanhet Sterrenduin

  • Roman. 188 p. Copyright 2010: Leny van der Ley. ISBN 978-90-484-1286-0.

Thrillende handen

  • Schrijverscollectief De Meer en Meer. ISBN 978-945-008-081-4. Copyright 2010: de auteurs (eigen verhaal) 254 pag.

De blauwe tegel

  • De blauwe tegel ea verhalen. Verhalenbundel. 256 pag. Copyright 2011: Leny van der Ley. ISBN 978-94-6008-098-2

Vierspan

  • Vier spannende verhalen. Copyright 2011: Leny van der Ley. ISBN: 978-94-6008-126-2. 276 pag.

Lieve Deugd

  • Hist. roman. 256 pag. Copyright 2012: Leny van der Ley ISBN 978-94-6008-130-9.

Tanneke / 7 mijlszeiler

  • kinderboek. 159 pag. ISBN 978-94-6008-148-4. Copyright 2012: Leny van der Ley

Het eiland v. Pep en Lis

  • kinderboek. 111 pag. ISBN 978-94-6008-179-8. Copyright 2013: Leny van der Ley

Kasteelspoken ea

  • Kasteelspoken en andere narigheid. Vier verhalen. 283 pag. Copyright 2013: Leny van der Ley. ISBN nummer 978-94-6008-180-4.

Drakengevecht

  • Roman. 270 pp. Copyright 2014: Leny van der Ley. ISBN:978-94-6008-210-8

Ratatouille

  • verhalenbundel. 229 pag. Copyright 2014: Leny van der Ley. ISBN 978-94-6008-229-0.

Branwen -Ynys Mon

  • Branwen - dochter van Ynys Mon. 268 pag. Copyright 2015: Leny van der Ley. ISBN: 978-94-6008-234-4.

Pep en Lis op vakantie

  • kinderboek, 93 pag. Copyright 2015: Leny van der Ley. ISBN 978-94-6008-257-3

De Wittenburg dynastie

  • Historische familieroman. 177 p. Copyright 2016: Leny van der Ley. ISBN: 978-94-6008-267-2

Gebrandmerkt

  • 25 middeleeuwse verhalen. 260 p. Copyright 2016: GodijnPublishing, Hoorn. ISBN 978-94-92115-19-5.

Lente-perikelen

  • Verhalenbundel. Schrijfgroep Primavera. 191 p. Copyright 2017: de auteurs (eigen tekst). ISBN: 978-94-6008-295-5.

Het Apollo orakel

  • novelle. 136 pag. ISBN: 978-90-484-4278-2. Copyright 2017: Leny van der Ley

Vallend blad

  • Korte verhalen. 137 pag. Copyright 2018: Lenyvanderley. ISBN 978-904-844-3734. NUR 303.

Een huisje in het bos

  • Moordverhaal. Copyright 2018: Leny van der Ley. 116 pag. ISBN: 978-9048-4441-44. NUR 331.

Copyright 2002-2019